Aanmelden

 

 


Weet de wetgever veel...

De wetgever moet misschien vaker uit zijn eigen bubbel komen en de kloof oversteken, ook als het over pensioenen gaat. Welke kloof? Die tussen hoger- en lageropgeleiden en die tussen hoger- en lagerbetaalden. Onder wetgever versta ik dan gemakshalve de dames en heren van de Tweede en Eerste Kamer.

In onze  maatschappij groeit de kloof tussen degenen die veel kennis hebben en degenen die zich niet zo verdiepen in van alles en nog wat. Door gebrek aan opleiding, interesse, tijd of een combinatie daarvan. Dat zou niet zo'n probleem zijn, ware het niet dat de eerste groep natuurlijk de wetten maakt die ook voor de tweede groep gelden en daarbij vaak normen gebruikt, die vooral voor de eerste gelden.

AOW-leeftijd
Een voorbeeld. Voor de verhoging van de AOW-leeftijd (en de meestal daaraan gekoppelde pensioenleeftijd) zijn goede argumenten. Mensen worden ouder dan vroeger en profiteren dus langer van AOW en pensioen. Dat wordt te duur en daarom kunnen ze beter langer doorwerken.

Logisch, gezien vanuit de groep hogeropgeleiden en -betaalden. Maar niet vanuit degenen met zware beroepen. Die soms al op hun zeventiende zijn gaan werken en toch nog te weinig pensioen hebben opgebouwd om vrijwillig eerder te stoppen. En voor wie een flexibele AOW ook niet altijd de oplossing is, willen ze niet door de armoedegrens zakken. Die mensen raken in toenemende mate arbeidsongeschikt in hun laatste jaren door de weg schuivende AOW- en pensioenleeftijd.

Ik ben geen wetgever dus ik ga het probleem niet oplossen. Maar een koppeling aan bijvoorbeeld 45 gewerkte jaren lijkt me nog zo gek niet, naast die verschuivende leeftijd. Dus AOW op 66, 67, 68 etc. of na 45 jaar werk.

Kennisgebrek
En dan die eigen pensioenpotjes en de vrije keuzemogelijkheden. Uit onderzoek weten we dat de meeste mensen altijd 'ja' zeggen op de vraag of ze meer invloed of zeggenschap willen hebben. Maar als het om pensioenen gaat, blijkt in de praktijk dat een overgrote meerderheid er geen gebruik van maakt als men kan kiezen uit beleggingsstrategieën met meer of minder risico. De meesten volgen gewoon de geadviseerde mix van het pensioenfonds.

Het conceptadvies van de Sociaal-Economische Raad (SER) over de herinrichting van ons pensioenstelsel, verlegt echter een groot deel van de verantwoordelijkheid naar de individuele deelnemer. Om dit tot een succes te maken, moet de doorsnee-pensioenspaarder zelfstandig beleggingskeuzes kunnen maken en de belangrijkste risico’s in de financiële wereld kennen. Uit ander onderzoek blijkt echter dat vier op de tien Nederlanders niet in staat zijn om simpele beleggingsvragen correct te beantwoorden. En maar één op de zes ondervraagden doorziet alle voorgelegde liquiditeits- en langlevenrisico’s.

Keuzestress
Het is te hopen dat de wetgever zich niet laat verleiden door specialisten tot het maken van een nog ingewikkelder pensioenstelsel en nog meer keuzestress bij de deelnemers. Ik herinner me een voorlichtingsbijeenkomst jaren geleden over pensioenen, waar vooral collega's zaten uit drukkerij en zetterij (die had je toen nog bij een dagbladbedrijf). Toen we alle modellen en varianten hadden besproken, kwam een man van middelbare leeftijd naar me toe. 'Zorgde gij nou maar voor een goed pensioen voor ons.' Wijzend op al die mooie schema's: 'Dat is toch allemaal niks voor ons.'

Arnold Verplancke
oud-bestuurder Pensioenfonds PGB

 

Arnold Verplancke
Oud-bestuurslid Pensioenfonds PGB

Vorige column
Over de fransjieze