Aanmelden

 

 


PGB familie minder grafisch

PGB-familie minder grafisch

Nog één keer schrijf ik de naam voluit: Pensioenfonds voor de Grafische Bedrijven. In het nieuwe jaar verhuist deze naam naar het museum, waar ook de onderkast, de zetmachine, de cicerolat, het loodzetsel, de styp en de matrijs te vinden zijn. PGB wordt minder grafisch en heet dan simpel Pensioenfonds PGB.

Het proces is al lang gaande. Begin deze eeuw kende het pensioenfonds eigenlijk maar twee ouders: de organisaties van werkgevers en werknemers in de grafische industrie. Een krimpende bedrijfstak helaas. Dat was ook de reden voor het fonds om zijn draagvlak te verbreden, in goed overleg met de ouders en in het belang van de eigen deelnemers. Hoe minder deelnemers, hoe zwaarder immers de kosten van pensioenadministratie en vermogensbeheer relatief gingen drukken. De uitbreiding van het fonds paste ook in de consolidatieslag die gaande was in de sector: honderden fondsen werden opgeheven.
 
Uitbreiding
Een jaar of acht geleden traden uitgeverijen als nieuwe verwanten toe tot PGB. Vaak zat hun grafische personeel al binnen PGB en hielden ze er voor het kantoorpersoneel, commerciële en journalistieke werknemers nog een eigen pensioenfonds op na.
 
Nog meer neven en nichten kregen de grafici toen in 2012 de sociale partners van kartonnage- en flexibele verpakkingsbedrijven hier onderdak zochten. Daarna ging het snel. Papierbedrijven, kunststof- en rubberindustrie, chemische en farmaceutische bedrijven, inclusief de hele sector verf- en drukinkt, gevolgd door groothandel en zakelijke dienstverlening. Sinds vorig jaar heeft PGB zelfs buitengaats nieuwe familieleden: zoals het bekende baggerbedrijf Boskalis en recent de zeevissers.
 
Halvering
In tien jaar tijd halveerde het aantal nog werkende deelnemers uit de grafische sector: van 44.000 in 2005 naar nu ongeveer 22.000. Ze vormen straks geen 40% meer van het aantal actieve deelnemers binnen PGB. Het belegd vermogen van de hele familie groeide in die tijd van 9 miljard euro naar 21 miljard. Daarvan is nog wel meer dan de helft (56% nu) gereserveerd voor de deelnemers uit de grafimedia (inclusief gepensioneerden en ‘slapers’ die hun pensioengeld hier laten staan).
 
Die ontwikkeling gaat door: de grafimedia sector krimpt. De meerderheid van de deelnemers komt uit andere sectoren. Steeds moeilijker is uit te leggen waarom het pensioenfonds van zeevissers, bloemengroothandelaren en baggeraars ‘grafisch’ heet.
 
Geuzennaam
Daarom handhaven we de afkorting als zelfstandige naam: Pensioenfonds PGB. Nu associeert menigeen die nog met ‘grafisch’. Daar is niets mis mee, integendeel. Maar over een tijdje klinkt het als een zelfstandige geuzennaam. Zoals bij VARA niemand meer denkt aan arbeiders radioamateurs. Of bij NRC aan een Nieuwe Rotterdamsche Courant.
 
De oude naam is met de letterbak en de gratis melk (om loodvergiftiging tegen te gaan) bijgezet in het museum. Geen pensioenfonds voor de grafische vakken meer (1929), ook niet voor de grafische bedrijven (1953), maar gewoon alleen PGB (2016).
 
Arnold Verplancke
bestuurslid PGB

 

Arnold Verplancke
Oud-bestuurslid Pensioenfonds PGB

Vorige column
Onderzoeksmoe

Volgende column
Ik wil stoppen