Het nieuwe pensioenstelsel: raakt mij dat ook?

Hallo, ik ben Peter. Ik neem deel aan de pensioenregeling van Pensioenfonds PGB. Ik blijf graag op de hoogte van mijn pensioen, want dit gaat over mijn inkomen voor later. Door de komst van het nieuwe pensioenstelsel verandert ook mijn pensioen. Daarom wil ik weten wat dat voor mij betekent. De komende tijd verdiep ik mij hierin en deel ik mijn bevindingen via de website, de nieuwsbrief en in dit magazine.

Het nieuwe pensioenstelsel: raakt mij dat ook?

Ik vraag me, misschien net als jou, af hoe dat nu zit met het nieuwe pensioenstelsel. Al jaren wordt er geroepen dat het pensioenstelsel moet worden aangepast. De overheid, verschillende commissies, de pensioensector en andere betrokkenen zijn al geruime tijd met elkaar in gesprek. Maar wat de uitkomst van al die gesprekken is, weet ik eigenlijk niet precies.

Nu er een pensioenakkoord met sociale partners is gesloten, fris ik mijn kennis op. In 2019 is al afgesproken dat de AOW-leeftijd minder snel stijgt. Eind vorig jaar heeft de regering het pensioenakkoord vertaald in een conceptwetsvoorstel. Op het conceptwetsvoorstel mocht iedereen reageren. Ook Pensioenfonds PGB heeft dat gedaan.

De gevolgen van het nieuwe pensioenstelsel voor mijn pensioen

Wat gaat er veranderen? Er staan 6 belangrijke onderwerpen in het wetsvoorstel dat op 16 december 2020 is gepubliceerd.

  • Nieuwe pensioencontracten: pensioenvermogen in plaats van een pensioenaanspraak
    Er zijn straks twee pensioencontracten: één gebaseerd op een meer collectief pensioenvermogen en één gebaseerd op individuele pensioenvermogens met meer keuzevrijheid. Iedereen gaat pensioenvermogen opbouwen in plaats van een pensioenaanspraak. Het pensioenvermogen beweegt met beleggingsrendementen op en neer. Hierdoor komen straks zowel mee- als tegenvallers sneller bij deelnemers en gepensioneerden terecht.

  • Een nieuwe manier van pensioen opbouwen
    De pensioenopbouw wordt anders. In het nieuwe systeem legt iedereen premie in voor een meer persoonlijk pensioenvermogen, en die premie is voor iedereen gelijk. Omdat de premie die je op jonge leeftijd betaalt voor een langere periode belegd wordt dan premie die je op hogere leeftijd betaalt, verschuift het zwaartepunt van pensioenopbouw naar jongere leeftijden.

  • Het verbeteren en overzichtelijker maken van het nabestaandenpensioen
    Alle pensioenfondsen gaan straks met dezelfde regels voor het nabestaandenpensioen werken. Nu worden er nog twee verschillende systemen gehanteerd. Het nabestaandenpensioen wordt dus overzichtelijker.

  • 10% vrij opneembaar pensioen
    Iedereen mag maximaal 10% van het pensioenvermogen in één keer opnemen op de pensioendatum. Dit levert meer flexibiliteit op wanneer je met pensioen gaat. Hou er wel rekening mee dat je maandelijkse pensioen vervolgens lager is als je hiervoor kiest.

  • Vervroegd met pensioen gaan met behoud van pensioen
    Het wordt mogelijk dat een werkgever bijdraagt aan vervroegd pensioen, zonder dat de belastingdienst een extra hoge belastingaanslag oplegt. Dit kan vanaf 3 jaar voor AOW-leeftijd. In een aantal sectoren maken werkgevers en werknemers hier nu al afspraken over.

  • Er wordt gekeken naar regelingen voor ZZP-ers
    Er is een grote groep zelfstandigen die momenteel geen pensioen opbouwt. In meerdere sectoren wordt gekeken of het mogelijk is om via pensioenfondsen ZZP-ers te helpen pensioen op te bouwen. Of het nieuwe wettelijk kader hier ook echt ruimte voor zal bieden, is nog even afwachten.

Letten op de belangen van alle betrokkenen

Ik sprak over deze onderwerpen met Jochem Dijckmeester, voorzitter van Pensioenfonds PGB. Want natuurlijk wil ik weten wat dit allemaal voor mijn pensioen betekent.Jochem: ‘De meeste veranderingen gelden voor de gehele pensioensector en zijn dus ook van invloed op Pensioenfonds PGB. De komende tijd onderzoeken we alle keuzes en wat het effect daarvan is voor onze deelnemers. Dit doen we samen met onze werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers en in gesprekken met deelnemers en gepensioneerden. We letten daarbij goed op de belangen van alle betrokkenen. We onderzoeken de gevolgen van de nieuwe pensioencontracten en de vraag welk contract geschikt is voor een bij ons aangesloten sector of onderneming. Verder kijken we naar het effect daarvan op de al opgebouwde pensioenen. Ook de verandering in de manier van pensioen opbouwen en de gevolgen daarvan voor verschillende groepen deelnemers is voor ons een belangrijk aandachtspunt.’

De reis naar het nieuwe pensioen

Jochem laat mij een tijdlijn zien waaruit op te maken is dat dit een meerjarenproject betreft. Jochem: ‘De knoppen waar wij als pensioenfonds aan kunnen draaien zijn bekend. Met andere woorden, we weten op welke onderwerpen we keuzes moeten maken. Ook wordt de planning voor de komende jaren steeds duidelijker. Maar wat dit voor jouw persoonlijke pensioensituatie betekent is nu nog moeilijk te zeggen.’

Routekaart maken

‘Wij hebben in februari 2021 een reactie gegeven op het conceptwetsvoorstel*. Daarnaast werken we aan een routekaart om onze weg naar het nieuwe pensioen vast te leggen. Hiervoor voeren we ook verkennende gesprekken met werkgevers en sociale partners. Hoe de rest van het jaar er precies uit ziet, hangt af van de Tweede Kamerverkiezingen op 17 maart 2021. Als de Tweede Kamer besluit dat dit dossier blijft liggen voor een nieuw kabinet, dan heeft dat effect op de datum waarop het nieuwe pensioenstelsel in werking treedt. Onze routekaart en bijbehorende planning is daarvan afhankelijk’, aldus Jochem.

Meer over het nieuwe pensioenstelsel

Op de themapagina het nieuwe pensioenstelsel deel ik al mijn bevindingen. Heb je een vraag over het nieuwe pensioenstelsel en kan ik je daarbij helpen? Of wil je een keer met Jochem hierover van gedachten wisselen in een digitale deelnemersbijeenkomst? Geef dit door via: communicatie@pensioenfondspgb.nl.

Veelgestelde vragen over het pensioenakkoord

Wellicht heb je vragen over het nieuwe pensioen. Dat kunnen wij ons goed voorstellen. Wij weten nu nog niet alle antwoorden op alle vragen. Maar wat we weten willen we met je delen.

Veelgestelde vragen over het nieuwe pensioenstelsel
Hier vind je de antwoorden op de veelgestelde vragen over het nieuwe pensioenstelsel.

 

 

 

  • Wanneer krijg ik te maken met de nieuwe regels?

    De komende jaren gebeurt er nog niets met je pensioen door de komst van het nieuwe pensioenstelsel. De huidige regels blijven gelden tot het nieuwe pensioen is ingegaan. Dat is uiterlijk in 2027. De minister heeft gezegd dat hij grote pensioenverlagingen wil voorkomen en heeft dit jaar de huidige regels voor het verlagen van pensioenen versoepeld. Intussen is ook duidelijk dat de minder strenge regels voor het verlagen van pensioen van dit jaar, ook gelden voor 2022. Voor 2023 heeft Minister Koolmees een versoepeling voor pensioenfondsen voorgesteld (voorbereidend op het nieuwe pensioenstelsel). Zij mogen dan wellicht de pensioenen verhogen als de dekkingsgraad 105% is.

  • Mijn pensioen is al jaren niet verhoogd, gaat dat nu wel gebeuren?

    Als het nieuwe pensioen is ingegaan, krijg je een pensioenkapitaal en een verwacht pensioen in een scenario als het meezit (optimistisch), een scenario als het tegenzit (pessimistisch) en een scenario ertussenin. Als het goed gaat met de economie, ga je dat directer voelen omdat jouw aandeel in het collectieve pensioenkapitaal daardoor omhoog gaat. Gaat het slechter, dan merk je dat ook meteen. Dat is nu al zo bij deelnemers met een premieregeling, en zo gaat het straks worden bij alle deelnemers. Maar zo ver is het nog niet... Mogelijk worden de regels vanaf 2023 wel versoepeld waardoor de pensioenen sneller verhoogd kunnen worden, maar dit moeten we afwachten.

  • Hoe zit het met de rekenrente? Gaat die nu verdwijnen?

    In de toekomst gaat de rekenrente verdwijnen, maar de komende jaren hebben we er nog mee te maken. Ook is er tot de verandering in 2027 nog steeds de plicht om een buffer te hebben, vóór we extra rendement op het collectieve pensioenvermogen mogen verdelen over alle deelnemers. Die regels worden vanaf 2023 wellicht versoepeld. Bij Pensioenfonds PGB vinden we de huidige regels voor verhogen van pensioen erg streng, met zowel een lage rekenrente als een hoge buffereis. We zijn blij dat de hoogte van de buffer in de overgangsperiode in 2023 waarschijnlijk wordt bijgesteld en dat rendementen in het nieuwe stelsel sneller en directer bij de deelnemers terecht komen, ook al staat daar tegenover dat verliezen ook directer te voelen zullen zijn. We krijgen van deelnemers regelmatig vragen over de rekenrente. Hier lees je meer informatie over de rekenrente. We hebben ook een filmpje dat je kunt bekijken.

  • Wat betekent dit voor mijn pensioenregeling?

    Als het nieuwe pensioen ingaat, verandert er voor iedereen iets. Iedereen gaat straks een pensioenkapitaal opbouwen. We blijven collectief beleggen, dus iedereen heeft dan een eigen aandeel in het collectieve pensioenkapitaal. Nu hebben de meeste mensen een regeling waarin we een pensioenuitkering toezeggen: een bedrag per jaar dat je hebt opgebouwd tijdens de jaren dat je hebt gewerkt. Heb jij zo’n uitkeringsregeling? Dan verandert er veel voor jou. Weet je niet welke regeling je hebt? Je vindt die informatie in je Pensioen 1-2-3 in je persoonlijke PGB-omgeving.

  • Ik heb een premieregeling. Wat verandert er voor mij?

    Je hebt al een pensioenkapitaal. Dat is mooi, want daar ben je dan al aan gewend. Er gaat wel iets veranderen door de afgesproken nieuwe regels voor pensioen. Op dit moment wordt de beschikbare premie die wij voor jouw pensioen inleggen bepaald door je leeftijd. Dat is wettelijk verplicht omdat de premie-inleg van een jongere langer rendement kan opleveren, dan van een oudere werknemer. Die wettelijke verplichting gaat veranderen. Het is de bedoeling dat iedereen in het nieuwe pensioenstelsel die dezelfde pensioenregeling heeft en hetzelfde salaris verdient, dezelfde premie inlegt. Dan maakt het niet uit of je jong of oud bent. Maar het is nog niet duidelijk of en hoe die verandering doorgevoerd wordt bij mensen die nu al een premieregeling hebben. Dit hangt af van de keuze die je werkgever maakt. Ook komen er straks twee verschillende premieregelingen, zodat er door een bedrijfstak of onderneming gekozen kan worden tussen een meer collectief pensioen en een pensioen waarin meer individuele keuzes mogelijk zijn.

  • Ik heb een uitkeringsregeling. Wat verandert er voor mij?

    Voor jou verandert er best veel door de komst van het nieuwe pensioen. Hoe jouw regeling eruit gaat zien, bepalen de vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers in jouw sector of onderneming. Zij moeten zich daarbij wel houden aan de wettelijke regels over pensioen en belastingen. Belangrijke veranderingen zijn dat iedereen premie gaat inleggen voor een pensioenkapitaal. Het systeem blijft collectief en solidair. Dus jij krijgt een eigen aandeel in het collectieve kapitaal. En je blijft risico’s delen met andere mensen, bijvoorbeeld het risico dat je overlijdt en er dan een inkomen nodig is voor je nabestaanden. Er zijn straks twee mogelijkheden voor een nieuw pensioen: een meer collectief geregeld pensioen (‘het nieuwe contract’) en een meer klassieke premieregeling met meer individuele keuzes. In het nieuwe contract zit straks een extra potje, waarmee hele slechte tijden opgevangen kunnen worden. Daar moet dan wel wat premie voor worden betaald, die niet naar de opbouw van je ‘eigen’ pensioenkapitaal gaat.

  • Is het zeker dat het nieuwe pensioen er komt?

    Er is geen absolute zekerheid. Maar de signalen dat het nieuwe pensioen er komt zijn intussen wel duidelijk aanwezig. De regering heeft het gesloten pensioenakkoord met sociale partners (werkgevers en werknemers) vertaald in een conceptwetsvoorstel. Eind 2020 heeft de regering dit wetsvoorstel gepubliceerd. Iedereen mocht hierop reageren. Ook Pensioenfonds PGB heeft dat gedaan. Met alle reacties gaat de regering aan de slag om een definitief wetsvoorstel te maken. Minister Koolmees heeft op 10 mei 2021 in zijn brief aan de Tweede Kamer aangegeven dat de nieuwe pensioenwet een jaar later ingaat dan gepland: uiterlijk op 1 januari 2023. Daardoor kan de invoering van het nieuwe stelsel vertraging oplopen. Ondanks de vertraging in het wettelijke proces proberen veel pensioenfondsen toch op of vóór 1 januari 2026 de nieuwe regelingen uit te voeren. Ook Pensioenfonds PGB wil samen met sociale partners tempo blijven maken.

  • Wat gebeurt er met de AOW-leeftijd?

    De AOW-leeftijd is in 2021 vastgesteld op 66 jaar en 4 maanden. Daarna stijgt de AOW-leeftijd door tot 66 jaar en 7 maanden in 2022, 66 jaar en 10 maanden in 2023 en 67 jaar in 2024.

    De AOW-leeftijd verandert als volgt:

    ​Jaar ​Oude AOW-leeftijd Nieuwe AOW-leeftijd
    ​2019 66 jaar en 4 mnd​ ​66 jaar en 4 mnd
    ​2020 ​66 jaar en 8 mnd ​66 jaar en 4 mnd
    ​2021 67 jaar​ ​66 jaar en 4 mnd
    ​2022 ​67 jaar en 3 mnd ​66 jaar en 7 mnd
    ​2023 ​​67 jaar en 3 mnd ​66 jaar en 10 mnd
    ​2024 ​​67 jaar en 3 mnd ​67 jaar

    De overheid stelde de AOW-leeftijd voor 2025 vast op 67 jaar.

  • Krijg ik minder pensioen als ik eerder met pensioen ga door de vroegere AOW-leeftijd?

    Als je eerder met pensioen gaat door de vervroeging van de AOW-leeftijd, bouw je minder lang pensioen op. Je betaalt ook minder lang premie voor jouw pensioen. Dat komt omdat je geen pensioen meer opbouwt nadat je jouw AOW-leeftijd heeft bereikt. Die opbouw loop je dus mis in vergelijking met jouw te bereiken pensioen voor de vervroeging van de AOW-leeftijd. Daar staat tegenover dat je eerder AOW ontvangt. Jouw te verwachten pensioen gaat omlaag door de vervroeging van de AOW-leeftijd. Hoeveel euro dit scheelt, is afhankelijk van jouw pensioenopbouw en het aantal maanden dat je eerder met pensioen gaat.

    Er is nog een tweede reden waarom jouw te verwachten pensioen per jaar omlaag gaat door de vervroeging van de AOW-leeftijd. Waarschijnlijk wil je net als de meeste mensen jouw pensioen laten uitkeren vanaf de maand van jouw AOW-datum. Hoe vroeger die is, hoe eerder wij beginnen met het uitkeren van uw pensioen. Ga je eerder met pensioen, dan moeten wij jou over een langere periode pensioen uitkeren. Het potje met geld dat tegenover jouw recht op pensioen staat moet dus over een langere periode worden uitgesmeerd. Want we blijven uitgaan van dezelfde gemiddelde levensverwachting. Je krijgt van ons hierdoor een lager bedrag per jaar, maar dat keren we wel langer uit. Daarom loop je volgens onze verwachtingen hierdoor geen geld mis.

  • Hoeveel kan het schelen als ik mijn pensioen eerder laat uitbetalen?

    Hoe lager jouw inkomen is, hoe belangrijker de AOW is voor jouw inkomen na pensionering. Hoe hoger jouw inkomen, hoe belangrijker jouw pensioen is voor jouw inkomen na pensionering. Verder is het belangrijk om te weten welke regeling je hebt, want hoe hoger het percentage is van jouw pensioenopbouw, hoe groter het verschil zal zijn. Ook is het belangrijk wat je al aan pensioen heeft opgebouwd, en hoeveel eerder je jouw pensioen door ons wilt laten uitkeren. Je leest hieronder twee rekenvoorbeelden waarbij we zijn uitgegaan van de maximale vervroeging door de wettelijk veranderde AOW-leeftijd:

    • Je hebt een salaris van € 50.000. Je bouwt een pensioen op van 1,822% over jouw salaris boven € 14.500*. Ga je 8 maanden eerder met pensioen, dan mis je bij ons over die 8 maanden een opbouw van ongeveer € 431. Jouw te bereiken pensioen per jaar is hierdoor € 431 lager.
    • Je hebt een inkomen van € 36.000. Je bouwt een pensioen op van 1,75% over jouw salaris boven € 15.053*. Ga je 8 maanden eerder met pensioen, dan mis je bij ons over die 8 maanden een opbouw van ongeveer € 244. Jouw te bereiken pensioen per jaar is hierdoor € 244 lager.

    Let op: het gaat in beide gevallen om een recht op pensioen per jaar uit te keren vanaf jouw 68ste. Vanaf 1 januari 2018 is dat de pensioenrichtleeftijd die wij gebruiken bij de vaststelling van jouw pensioenopbouw per jaar.

    Je gaat niet op je 68ste met pensioen. Daarom herrekenen wij jouw totale opgebouwde pensioen naar jouw werkelijke pensioendatum. In ons deelnemersportaal gaan we bij de voorbeeldberekeningen uit van jouw AOW-datum. Ga je 8 maanden eerder met pensioen, dan moeten we jouw pensioen 8 maanden langer uitkeren. Daardoor gaat het jaarlijkse pensioenbedrag ongeveer 3,8% omlaag. Ga je 5 maanden eerder met pensioen dan is het verschil ongeveer 2,4%. Bij 4 maanden is het verschil ongeveer 1,9% en bij 3 maanden 1,5%. De procentuele verlaging per jaar is aanvullend op de gemiste opbouw. Deze procentuele verlaging krijg je terug via de verlenging van jouw uitkering met 8, 5, 4 of 3 maanden.

    Let op: Door de vervroeging van jouw AOW-leeftijd krijg je eerder en langer AOW uitbetaald. Dit levert je een voordeel op van € 844 bruto per maand (op basis van het huidige AOW-bedrag).

    * Over een deel van jouw bruto salaris bouw je géén pensioen op. Dat komt omdat je later AOW krijgt van de overheid. Daarom trekken wij een bedrag af van jouw salaris. Dit noemen wij de franchise. Over het bedrag dat overblijft, bouw je elk jaar pensioen op.

  • Kan ik mijn pensioen laten uitbetalen vanaf mijn oorspronkelijke AOW-leeftijd?

    Je kunt de uitbetaling van jouw pensioen uitstellen tot 5 jaar na jouw AOW-datum. Hoe langer je wacht met de uitbetaling van jouw pensioen, hoe hoger het jaarlijkse bedrag wordt dat je van ons ontvangt. Je kunt er ook voor kiezen om eerst een lager bedrag te laten uitkeren en daarna een hoger bedrag, of andersom. Er zijn verschillende keuzes mogelijk.

  • Wordt mijn pensioen straks eerder verlaagd?

    Het pensioen gaat in het nieuwe stelsel meer meebewegen met de economie. De kans op verlagingen neemt hierdoor toe. Zodra de dekkingsgraad onder de 100% komt, moeten we in het nieuwe stelsel verlagen. Nu is dat niet zo. Die korting mag dan wel worden uitgesmeerd over maximaal 10 jaar. Dat wil zeggen dat de pensioenen eerder in stapjes kunnen worden verlaagd als het financieel tegenzit. De details hiervoor moeten nog worden uitgewerkt. Het duurt nog minstens 4 jaar voor het nieuwe stelsel ingevoerd kan zijn. In het nieuwe pensioenstelsel wordt het ook mogelijk om de pensioenen eerder te verhogen.

  • Wanneer krijg ik te maken met de nieuwe regels?

    De komende jaren gebeurt er nog niets met je pensioen door de komst van het nieuwe pensioenstelsel. De huidige regels blijven gelden tot het nieuwe pensioen is ingegaan. Dat is uiterlijk in 2027. De minister heeft gezegd dat hij grote pensioenverlagingen wil voorkomen en heeft dit jaar de huidige regels voor het verlagen van pensioenen versoepeld. Intussen is ook duidelijk dat de minder strenge regels voor het verlagen van pensioen van dit jaar, ook gelden voor 2022. Voor 2023 heeft Minister Koolmees een versoepeling voor pensioenfondsen voorgesteld (voorbereidend op het nieuwe pensioenstelsel). Zij mogen dan wellicht de pensioenen verhogen als de dekkingsgraad 105% is.

  • Mijn pensioen is al jaren niet verhoogd, gaat dat nu wel gebeuren?

    Als het nieuwe pensioen is ingegaan, krijg je een pensioenkapitaal en een verwacht pensioen in een scenario als het meezit (optimistisch), een scenario als het tegenzit (pessimistisch) en een scenario ertussenin. Als het goed gaat met de economie, ga je dat directer voelen omdat jouw aandeel in het collectieve pensioenkapitaal daardoor omhoog gaat. Gaat het slechter, dan merk je dat ook meteen. Dat is nu al zo bij deelnemers met een premieregeling, en zo gaat het straks worden bij alle deelnemers. Maar zo ver is het nog niet... Mogelijk worden de regels vanaf 2023 wel versoepeld waardoor de pensioenen sneller verhoogd kunnen worden, maar dit moeten we afwachten.

  • Hoe zit het met de rekenrente? Gaat die nu verdwijnen?

    In de toekomst gaat de rekenrente verdwijnen, maar de komende jaren hebben we er nog mee te maken. Ook is er tot de verandering in 2027 nog steeds de plicht om een buffer te hebben, vóór we extra rendement op het collectieve pensioenvermogen mogen verdelen over alle deelnemers. Die regels worden vanaf 2023 wellicht versoepeld. Bij Pensioenfonds PGB vinden we de huidige regels voor verhogen van pensioen erg streng, met zowel een lage rekenrente als een hoge buffereis. We zijn blij dat de hoogte van de buffer in de overgangsperiode in 2023 waarschijnlijk wordt bijgesteld en dat rendementen in het nieuwe stelsel sneller en directer bij de deelnemers terecht komen, ook al staat daar tegenover dat verliezen ook directer te voelen zullen zijn. We krijgen van deelnemers regelmatig vragen over de rekenrente. Hier lees je meer informatie over de rekenrente. We hebben ook een filmpje dat je kunt bekijken.

  • Is het zeker dat het nieuwe pensioen er komt?

    Er is geen absolute zekerheid. Maar de signalen dat het nieuwe pensioen er komt zijn intussen wel duidelijk aanwezig. De regering heeft het gesloten pensioenakkoord met sociale partners (werkgevers en werknemers) vertaald in een conceptwetsvoorstel. Eind 2020 heeft de regering dit wetsvoorstel gepubliceerd. Iedereen mocht hierop reageren. Ook Pensioenfonds PGB heeft dat gedaan. Met alle reacties gaat de regering aan de slag om een definitief wetsvoorstel te maken. Minister Koolmees heeft op 10 mei 2021 in zijn brief aan de Tweede Kamer aangegeven dat de nieuwe pensioenwet een jaar later ingaat dan gepland: uiterlijk op 1 januari 2023. Daardoor kan de invoering van het nieuwe stelsel vertraging oplopen. Ondanks de vertraging in het wettelijke proces proberen veel pensioenfondsen toch op of vóór 1 januari 2026 de nieuwe regelingen uit te voeren. Ook Pensioenfonds PGB wil samen met sociale partners tempo blijven maken.

  • Ik wil als gepensioneerde graag weten op welk inkomen ik kan rekenen. Hoe wordt dat in het nieuwe pensioenstelsel geregeld?

    In het nieuwe stelsel gaat het pensioen meer bewegen van jaar tot jaar. Je hebt dan een aandeel in het collectieve pensioenkapitaal, waar jouw uitkering vanaf gaat. Het rendement op het kapitaal wordt erbij geteld of eraf gehaald. Daarbij houden we rekening met jouw situatie, zodat mee- en tegenvallers minder hard aankomen bij je als gepensioneerde dan bij jonge deelnemers. Die kunnen mee- en tegenvallers beter opvangen. De uitkering berekenen we op basis van een verwacht rendement. Dat is waarschijnlijk een voorzichtige verwachting.En de mee- en tegenvallers mogen we spreiden over meerdere jaren, om jouw inkomen stabiel te houden.

    Ook is er nog een extra potje, de ‘solidariteitsreserve’, voor hele slechte economische tijden. Je hoeft overigens niet bang te zijn dat jouw aandeel in het pensioenkapitaal opraakt omdat je ouder wordt dan gemiddeld. Als dat het geval is, dan krijg je geld uit de collectieve pot, omdat anderen minder oud worden dan verwacht. Dat noemen we het delen van risico.

  • Hoe weet ik welk nieuw pensioencontract (nieuwe pensioenregeling) voor mij geldt?

    Het staat nog niet vast in welke pensioencontract je in de toekomst terecht komt. De sociale partners die over jouw pensioenregeling gaan, beslissen hier later over.

    Let op: Sociale partners in een bedrijfstak of onderneming kunnen ook beslissen om de al opgebouwde en ingegane pensioenen niet te laten overgaan naar het nieuwe pensioenstelsel. Zij beslissen over de pensioenen van alle deelnemers in een bedrijfstak of onderneming, ook de pensioenontvangers en oud-werknemers met opgebouwd pensioen. Dit proces van overdragen wordt ‘invaren’ genoemd. Als sociale partners niet willen invaren, dan moeten ze dit besluit goed onderbouwen.

    NB: Met sociale partners bedoelen we vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers.

  • Ik ben al met pensioen en ontvang een overbruggingspensioen tot AOW; wat betekent de nieuwe AOW-leeftijd voor mij?

    Ben je eerder dan jouw AOW-datum met pensioen gegaan? En heb je daarbij gekozen voor een tijdelijk overbruggingspensioen tot jouw AOW? Dan loopt jouw AOW-overbrugging vooralsnog gewoon door tot jouw oude AOW-datum. Door de nieuwe wet gaat jouw AOW eerder in. Hierdoor krijg je een aantal maanden een hoger inkomen. Dit kan fiscale gevolgen hebben, bijvoorbeeld voor de toeslagen die je krijgt. Het is per 1 januari 2020 mogelijk om jouw pensioenuitkering aan te passen.

    Wil je weten welke keuzemogelijkheden je hiervoor hebt? Neem dan gerust contact met ons op. Wij helpen je graag!

  • Wordt mijn pensioen straks eerder verlaagd?

    Het pensioen gaat in het nieuwe stelsel meer meebewegen met de economie. De kans op verlagingen neemt hierdoor toe. Zodra de dekkingsgraad onder de 100% komt, moeten we in het nieuwe stelsel verlagen. Nu is dat niet zo. Die korting mag dan wel worden uitgesmeerd over maximaal 10 jaar. Dat wil zeggen dat de pensioenen eerder in stapjes kunnen worden verlaagd als het financieel tegenzit. De details hiervoor moeten nog worden uitgewerkt. Het duurt nog minstens 4 jaar voor het nieuwe stelsel ingevoerd kan zijn. In het nieuwe pensioenstelsel wordt het ook mogelijk om de pensioenen eerder te verhogen.